Inspectie van elektrische installaties

Het doel van de inspectie is om te controleren of de installatie voldoet aan de relevante voorschriften. Voor de inspectie worden twee methoden gehanteerd: een visuele inspectie en een inspectie door meting en beproeving.

Bovendien wordt nagegaan of het materieel, leidingen en bijbehoren zo is gekozen en geïnstalleerd dat het in overeenstemming is met hun bedrijfsomstandigheden.
Nieuwe installaties - of delen ervan - moeten worden geïnspecteerd nog voordat zij in bedrijf worden gesteld volgens de geldende druk van de NEN1010.
Dit geldt ook bij wijzigingen of uitbreidingen van de installaties. In sommige gevallen is het van belang dat de inspectie al bij aanleg van de installatie plaatsvindt, bijvoorbeeld wanneer onderdelen zodanig worden weggewerkt, dat nadien visuele controle niet goed meer mogelijk is.
Bestaande installaties worden periodiek geïnspecteerd conform de EN50110 en NEN3140.

Meting aan een hoofdverdeelinrichting.

Rapportage

De rapportage bevat de resultaten van de inspectie. Bovendien wordt in het rapport een aanbeveling gedaan voor de eventueel aan te passen gedeelten aan de installatie. In de rapportage wordt ook de werkwijze van de uitgevoerde inspectie vastgelegd, zodat deze reproduceerbaar is.

Aanpassing installatie

Indien uit de rapportage blijkt dat bepaalde gedeelten aangepast dienen te worden, dient dit door de opdrachtgever in eigen beheer uitgevoerd te worden. Door deze werkwijze blijft u verzekerd van een onafhankelijke inspectie.

Argus heeft door een jarenlange ervaring op inspectiegebied een efficiënte werkwijze ontwikkeld. Bovendien is onze methodiek gecertificeerd door de KEMA, waardoor u verzekerd bent van een deskundige en onafhankelijke uitvoering.

Wilt u meer weten over de technische aspecten van een inspectie kunt u kijken op onze NEN3140 voorlichtingssite.

 
Print deze pagina